Integratie van het gezondheidsbeleid in het schoolbeleid

Gezondheid komt de school binnen via drie verschillende regelgevingen. Voor de invulling van het schoolbeleid worden in onderwijs verschillende referentiekaders gebruikt. Er zijn onder andere de referentiekaders beleidsvoerend vermogen (BeVO) en gezonde school, leergebied-/vakoverschrijdend werken (LOET/VOET), gelijke onderwijskansen (GOK), zorg en leerlingenbegeleiding (LLB) en welzijn op het werk.

Deze (en andere onderwijs)referentiekaders vertonen duidelijke gelijkenissen, ze maken onderdeel uit van de zogenaamde 'pedagogische actualiteit'.

Of het concrete uitgangspunt nu het versterken van het beleidsvoerend vermogen van scholen is, het integreren van een systematisch leergebied-/vakoverschrijdend werken of het stimuleren van scholen om op een beleidsmatige wijze te werken aan gezondheid, zorg, leerlingenbegeleiding, veiligheid of  gelijke kansen, steeds verwijst de algemene doelstelling naar het bevorderen van de gezondheid van leerlingen (en in min of meerdere mate van personeel). Er wordt hiervoor wel een oerwoud aan begrippen gebruikt : wat bij de éne gezondheid is, heet bij de andere welbevinden of welzijn.

Maar ondanks deze begrippenverwarring loopt de algemene einddoelstelling bij al deze referentiekaders en kadermethodieken opvallend gelijk. Alsook hoe men hieraan dient te werken:

  • via het ontwikkelen van competenties bij leerlingen
  • via de inrichting van een positief ondersteunende (pedagogische, sociale en fysische) schoolomgeving

Baseline in de verschillende kadermethodieken is het vertrekken vanuit de eigenheid en de huidige situatie van de school bij het zoeken naar een geschikte aanpak en invulling van de schoolwerking. Voor de afstemming op de schoolspecificiteit wordt in alle kadermethodieken rekening gehouden met:

  • school- en leerlingkenmerken
  • draagkracht en mogelijkheden van de school
  • behoeften, verwachtingen en wensen van de leerlingen, de ouders en het schoolteam

Zie ook: gegevensverzameling en analyse en procesbewaking, monitoring en evaluatie.

Vanuit het belang om te vertrekken vanuit de eigenheid en de huidige situatie van de school bij de invulling van de schoolwerking hechten de referentiekaders veel belang aan:

  • de ontwikkeling van een visie door de school
  • het in kaart brengen en analyseren van de (begin)situatie
  • de selectie van thema's en het formuleren van doelen aftoetsen aan de eigenheid en situatie van de school
  • bij de keuze van methodes en concrete planning rekening houden met de draagkracht en mogelijkheden van de school
  • aandacht hebben voor evaluatie van acties en beleid

Zie ook: gegevensverzameling en analyse, prioriteiten en doelstellingen en procesbewaking, monitoring en evaluatie.

Een 'whole school approach' waarin een werking wordt opgezet:

  • voor de verschillende niveaus in de school: individuele leerling, klas, specifieke doelgroepen, school en omgeving
  • met ook aandacht voor omgevingsgerichte acties: infrastructuur, inrichting en organisatie van de school en schoolklimaat
  • die met deze structurele aanpak een verankering in de schoolwerking nastreeft

Zie ook: de gezondheidsmatrix, structurele maatregelen en verankering en integratie.

De verschillende referentiekaders benadrukken het belang van draagvlak bij het schoolteam. Om dit te verwerven is nodig:

  • een open communciatie, mogelijkheden tot participatie en initiatiefrecht van het team
  • een ondersteunende rol van de directie

Daarnaast is ook het voortdurend proces van professionalisering van het schoolteam, een rode draad doorheen de kadermethodieken. Met aandacht voor:

  • nascholing
  • doorgeven van expertises binnen het schoolteam
  • ervaringsuitwisseling met externen, bv. andere schoolteams

Zie ook: betrokkenheid van het team en deskundigheidsbevordering.

Samenwerking met schoolnabije en externe partners kan de school versterken. Binnen deze samenwerking achten de kadermethodieken het belangrijk dat:

  • de school aandacht heeft voor de kwaliteit van de dienstverlening van de partners: deze moet doelgericht en schoolspecifiek ingevuld kunnen worden
  • bij voorkeur wordt gekozen voor duurzame samenwerking, zodat partner en school elkaar voldoende kennen

Binnen deze samenwerking blijft de school steeds de eigenaar van het proces.

Zie ook: samenwerking met partners.

Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie vzw

G. Schildknechtstraat 9
1020 Brussel
Tel. 02 422 49 49
Fax. 02 422 49 59
www.vigez.be